Zittingsrechters buigen zich tot nu toe nauwelijks inhoudelijk over de inzet van de hackbevoegdheid door de politie, zo stelt het Wetenschappelijk Onderzoek- en Datacentrum (WODC) op basis van eigen onderzoek. In de periode van april 2021 tot april 2024 is in 89 opsporingsonderzoeken een eerste bevel afgegeven om de hackbevoegdheid in te zetten. In veruit de meeste zaken werd de hackbevoegdheid ingezet tegen telefoons, in totaal ging het om 105 toestellen.
De hackbevoegdheid is onderdeel van de Wet computercriminaliteit III, waarvan de toepassing in de praktijk door het WODC werd geëvalueerd. De wet biedt meer mogelijkheden voor de opsporing en vervolging van computercriminaliteit en andere ernstige criminaliteit. Zo mag de politie onder voorwaarden apparaten van verdachten hacken.
Uit de evaluatie van de wet komt een aantal aandachtspunten naar voren, zo laat het WODC weten. "Opvallend aan de zaken die tot nu toe behandeld zijn door een zittingsrechter is dat de inzet van de hackbevoegdheid maar in een zeer klein aantal zaken besproken is." De onderzoekers merken op dat de inzet van de nieuwe bevoegdheden een ingrijpende handeling is ten opzichte van de rechten van verdachten.
"Eerder was het de bedoeling dat alleen gewerkt zou worden met vooraf goedgekeurde technische hulpmiddelen. In onze eerdere evaluatie lieten wij zien dat dat niet realistisch is gebleken, onder andere omdat vooral gewerkt werd met commerciële middelen waarvan de officier van justitie had besloten dat de aard ervan zich verzette tegen een keuring", stelt het WODC in het onderzoeksrapport.
De toenmalig minister van Justitie en Veiligheid heeft, mede naar aanleiding van deze bevinding, bepaalt dat er in de toekomst gewerkt kan worden met technische hulpmiddelen die niet (volledig) goedgekeurd zijn. De inzet van een vooraf goedgekeurd middel is zodoende niet langer het uitgangspunt. "Indien gewerkt wordt met een middel dat niet (volledig) goedgekeurd is, dan is het aan de officier van justitie om tactische waarborgen in te stellen en aan de zittingsrechter om het bewijs te wegen en daar een oordeel over te vellen", zo laat het WODC verder weten.
De onderzoekers noemen dat op zichzelf een goede ontwikkeling, omdat dit duidelijk zou moeten maken waar mogelijk nog risico's zitten met betrekking tot de betrouwbaarheid van de gegevens. "Een belangrijk aandachtspunt hierbij is dat deze evaluatie heeft laten zien dat de inzet van de hackbevoegdheid nog nauwelijks besproken is tijdens de behandeling van de zaak door een zittingsrechter", voegen de onderzoekers toe. "Dat betekent dat een zittingsrechter zich over dit specifieke onderwerp niet buigt en dat de inzet van de bevoegdheid slechts beperkt getoetst wordt. Gezien de ingrijpendheid van de bevoegdheid is dat een belangrijke beperking."
Dit roept volgens de onderzoekers de vraag op of het gebruik van commerciële middelen een uiterst middel moet worden genoemd. "De term uiterst middel wekt de suggestie dat het gebruik ervan een uitzondering is. Deze evaluatie heeft wederom laten zien dat het gebruik ervan eerder de regel is." Demissionair minister Van Oosten van Justitie en Veiligheid laat in een reactie op het WODC-rapport weten dat het demissionaire kabinet zo snel mogelijk met een beleidsreactie hoopt te komen.
Je bent niet ingelogd en reageert "Anoniem". Dit betekent dat Security.NL geen accountgegevens (e-mailadres en alias) opslaat voor deze reactie. Je reactie wordt niet direct geplaatst maar eerst gemodereerd. Als je nog geen account hebt kun je hier direct een account aanmaken. Wanneer je Anoniem reageert moet je altijd een captchacode opgeven.