De Raad van State is kritisch op een wetsvoorstel van het kabinet dat de politie online meer gegevens over mensen laat verzamelen. Het wetsvoorstel Wet gegevensvergaring openbare orde kan een 'substantiële inbreuk' maken op de persoonlijke levenssfeer van mensen, aldus de Afdeling advisering van de Raad van State. Die adviseert het kabinet om alle kritiekpunten te verwerken voordat het voorstel naar de Tweede Kamer wordt gestuurd. Eerder waren ook de Autoriteit Persoonsgegevens en allerlei burgers kritisch.
Het wetsvoorstel Wet gegevensvergaring openbare orde laat de politie op grote schaal en geautomatiseerd online informatie over mensen verzamelen, om zo mogelijke verstoringen van de openbare orde vooraf te signaleren. De informatieverzameling vindt plaats zonder dat de mensen wie het betreft hiervan weten. De politie kan de informatie gebruiken om in te schatten of iemand mogelijk aan een demonstratie deelneemt. In het wetsvoorstel staat ook dat de politie iemand eventueel online mag volgen. Het wetsvoorstel legt vast dat de politie een beperkte periode gegevens over iemand mag verzamelen en die gegevens ook voor een beperkte duur mag bewaren. Een rechter moet hiervoor wel eerst van tevoren toestemming geven.
Op grond van artikel 3 van de Politiewet kan de politie voor het handhaven van de openbare orde al onderzoek doen in publiek toegankelijke bronnen, zolang daarmee een "niet meer dan beperkte inbreuk" op de persoonlijke levenssfeer wordt gemaakt. "Dat is al gauw het geval bij het overnemen van persoonsgegevens uit publiek toegankelijke bronnen, waarna het online onderzoek niet meer op die basis mag worden voortgezet", zo staat in een uitleg bij het wetsvoorstel toen het kabinet dit aankondigde via Internetconsultatie.nl.
De reden dat het online verzamelen van gegevens in publiek toegankelijke bronnen al gauw leidt tot een meer dan beperkte inbreuk op de persoonlijke levenssfeer, is dat daarin niet alleen gegevens van feitelijke aard zijn te vinden, maar juist ook persoonsgegevens die gaan over onder andere gedrag, gevoelens, meningen, voorkeuren en sociale contacten. "Die gegevens zijn bovendien vaak dusdanig met elkaar verknoopt dat deze niet van elkaar te scheiden zijn", laat de uitleg verder weten.
Raad van State
Het kabinet heeft het voorstel ter beoordeling naar de Raad van Staat gestuurd. Die adviseert met het oog op de persoonlijke levenssfeer van mensen om het voorstel te beperken tot informatie die daadwerkelijk publiek toegankelijk is en in verband daarmee het begrip ‘publiek toegankelijke bronnen’ nader af te bakenen. Daarnaast moet het kabinet de waarborgen verduidelijken die het neemt om misbruik te voorkomen en de ernst van de inmenging in de persoonlijke levenssfeer zo beperkt mogelijk en proportioneel te houden.
"De Afdeling constateert dat de toelichting op dit vlak geen toereikend beeld schetst van alle relevante waarborgen en evenmin een beoordeling bevat in hoeverre dat samenstel van waarborgen als geheel genomen toereikend is", aldus het oordeel van de Raad van State. Die stelt ook dat het voorstel een substantiële inbreuk maakt op de persoonlijke levenssfeer. "Door de digitale verwerking van uit publiek toegankelijke bronnen verkregen persoonsgegevens kan immers een bepaald beeld ontstaan van het privéleven van de betrokkenen."
Verder heeft de Raad van State opmerkingen over de voorafgaande toets door de rechter-commissaris. "Het wetsvoorstel regelt dat de rechter-commissaris vooraf toetst of de inzet van de voorgestelde bevoegdheden voldoet aan de wettelijke voorwaarden. De Afdeling advisering merkt op dat uit de rechtspraak niet kan worden afgeleid dat ook in dit geval een voorafgaande toets door de rechter-commissaris vereist is." Ook zijn er vragen of deze voorafgaande toets wel een voldoende waarborg is. "De rechter-commissaris komt uit het strafrecht. Hij beschikt daarom hoofdzakelijk over kennis en ervaring op dat gebied, en niet noodzakelijkerwijs op het terrein van de openbare orde."
Daarnaast stelt de Raad van State dat bij handhaving van de openbare orde de afbakening tussen de bestaande algemene grondslag in de Politiewet en de voorgestelde specifieke bevoegdheden niet voldoende duidelijk is. Verder wordt aangeraden om af te wegen welke onderdelen van de regeling over het geautomatiseerd overnemen van persoonsgegevens in de wet moeten worden geregeld en zo nodig het wetsvoorstel aan te passen. Vanwege alle kritiekpunten vindt de Raad van State dat het kabinet het wetsvoorstel eerst moet aanpassen voordat het naar de Tweede Kamer gaat.
Je bent niet ingelogd en reageert "Anoniem". Dit betekent dat Security.NL geen accountgegevens (e-mailadres en alias) opslaat voor deze reactie. Je reactie wordt niet direct geplaatst maar eerst gemodereerd. Als je nog geen account hebt kun je hier direct een account aanmaken. Wanneer je Anoniem reageert moet je altijd een captchacode opgeven.