Door Anoniem: Door Anoniem: Door Anoniem: Bovendien wordt de Europese Unie voorgesteld als één actor met één bewuste strategie. In werkelijkheid bestaat de EU uit 27 lidstaten, het Europees Parlement, de Europese Commissie, de Raad van de Europese Unie, nationale regeringen en onafhankelijke rechters. Binnen die instellingen bestaan voortdurend fundamentele meningsverschillen over privacy, digitale regelgeving en de reikwijdte van overheidsbevoegdheden. Het beeld van één centraal aangestuurde kwaadaardige macht doet geen recht aan die politieke werkelijkheid.
Die politieke werkelijkheid van diversiteit van meningen en onderlinge onenigheden is ondergeschikt en minder relevant, het gaat om wat voor resultaten uit dit proces komen. En die resultaten liegen er niet om en zijn behoorlijk consistent.
De centraliseringsprocessen overheersen. Afwijkende lidstaten worden geprest/ gedwongen zich te conformeren aan het Brussel-centrum.
Kijk hoe ver de EU sinds haar aanvangen al gekomen is. Hoe ze haar bureaucratie heeft uitgebouwd, haar (centrale) macht t.o.v. de lidstaten heeft versterkt, haar ambtenarenapparaat heeft uitgebreid, haar budget heeft verhoogd. En haar ambities.
Het schip stoomt door. De kapitein heeft het onder controle.
Bovendien vergeet je het belangrijkste breukvlak: dat loopt m.i. niet overwegend tussen de lidstaten onderling en t.o.v. het Brussel-centrum, maar tussen de nationale overheden & Brussel enerzijds en de Europese bevolking, de bestuurden, anderzijds.
Zeker voor de Europese bevolking opereert de EU als een zeer machtige actor, die weinig te beïnvloeden is.
Je verschuift de discussie van de vraag
hoe besluiten tot stand komen naar de constatering
dat de EU in de loop der tijd meer bevoegdheden heeft gekregen. Dat laatste is grotendeels juist, maar bewijst niet dat er sprake is van één centraal aangestuurde strategie of van een "kapitein" die het proces controleert.
Ik verschuif de discussie helemaal niet, ik kijk naar hoe de EU zich ontwikkelt. Het gaat om relatieve ontwikkelingen, ontwikkelingen in de tijd.
Ik heb gezegd dat de
centraliseringstendenzen in de EU overheersen.
Dat gaat dus over de wijze hoe besluiten tot stand komen.
Die centralisering werkt op
twee manieren: enerzijds het sterker maken van het centrum-Brussel t.o.v. de lidstaten ("extern") en anderzijds het sterker maken van de EC i.c.m. de Raad t.o.v. het EP ("intern").
De huidige voorzitter van de EC, Von der Leyen, vervult m.n. op dit punt een belangrijke rol omdat zij zeer competent het centrum (Brussel) steeds machtiger weet te maken i.s.m. de Raad en het EP. Zij krijgt de lidstaten zo ver om steeds meer nationale souvereiniteit over te hevelen naar het Brussel-centrum ("extern").
Het intern sterker maken van het centrum kan uiteraard alleen i.s.m. het E.P.: zij laat dit toe.
Ik heb de indruk dat VdL steeds meer wetgeving buiten het EP om probeert te realiseren. De
sanctielijst van de EU is een voorbeeld: die wordt helemaal
niet aan het EP voorgelegd. Onder Ursula von der Leyen heeft de EU ook de baanbrekende stap gezet om eigen (EU)-burgers op de sanctielijst te zetten, m.n. d.m.v. de sancties die tegen Rusland gericht zijn.
Ik constateer dat in de ontwikkeling van de EU het centrum (EC en de Raad) steeds meer macht krijgt. Dit leidt ertoe dat de EC relatief een steeds groter gewicht krijgt in de besluitvorming en dat de kapitein van het schip a.h.w. steeds meer "soevereiniteits-tonnage" kan verplaatsen.
De Europese integratie is juist het resultaat van duizenden afzonderlijke politieke besluiten, verdragswijzigingen en compromissen tussen lidstaten die vaak tegengestelde belangen hebben. Dat de uitkomst over langere tijd een zekere richting vertoont, betekent nog niet dat die richting vooraf centraal is gepland.
Dat klopt en dat heb ik ook niet gesteld.
Het steeds meer centraliseren van de besluitvorming is m.i. dan ook uitdrukking van de politieke wil van de lidstaten.
Veel maatschappelijke ontwikkelingen - globalisering, economische verwevenheid, migratie, digitalisering en grensoverschrijdende criminaliteit - creëren politieke druk om bevoegdheden gezamenlijk uit te oefenen. Dat is een alternatieve verklaring voor centralisatie.
Klopt.
Maar dan blijft gelden dat dit een (vrije) keuze van de lidstaten is geweest.
En dat is een heel interessant verschijnsel omdat dat iets zegt over hoe afzonderlijke lidstaten, natiestaten dus, hun
eigen macht (in de wereld) opvatten: blijkbaar als tanend.
Het lijkt mij dan ook niet uitgesloten dat de (externe) centraliseringstendens van de EU een reactie is op de zich ontwikkelende bi-polarisering in de wereld (Oost - West; BRICS - Amerikaans Empire) en wel: een paniekreactie.
Van de andere kant krijg ik bij deze beide centraliseringstendenzen, ex- èn intern, een gevoel van gemakzucht van de lidstaten resp. het EP: het onderbrengen van politieke besluitvorming in een (daardoor) zich uitbreidende bureaucratische moloch kan heel goed als schuilplaats functioneren om je politieke keuzes niet meer te hoeven verantwoorden tegenover degenen aan wie je formeel verantwoording schuldig bent.
Om het anders uit te drukken: ik vind het niet koosjer.
Ook de stelling dat afwijkende lidstaten door "Brussel" worden gedwongen te conformeren, behoeft nuancering. Lidstaten hebben zelf ingestemd met de verdragen waarin gezamenlijke bevoegdheden en handhavingsmechanismen zijn vastgelegd. Wanneer de Europese Commissie of het Hof van Justitie naleving afdwingt, gebeurt dat op basis van regels die de lidstaten gezamenlijk hebben vastgesteld. Dat kan politiek omstreden zijn, maar is iets anders dan een autonome machtsgreep van een centraal gezag.
Ja, maar dat geeft géén antwoord op de vraag welke processen er op de lidstaten werken waardoor ze instemmen met al die nieuwe inhoudelijke voorstellen, die het centraliseringskarakter van de besluitvorming onderstrepen.
Dat de EU-begroting, het ambtenarenapparaat en de bevoegdheden zijn gegroeid, is op zichzelf evenmin uitzonderlijk. Vrijwel iedere politieke organisatie die meer taken krijgt, ontwikkelt een grotere uitvoeringsorganisatie.
Inderdaad, dan wel. Je moet die organisatie dus eerst meer taken
geven.
Uit de organisatieleer is ook bekend dat elke organisatie zichzelf onmisbaar en belangrijker wil maken (groeien).
Dat geldt ook voor het voltallige personeel van de EU.
De relevante vraag is daarom niet óf de EU is gegroeid, maar of die groei democratisch gelegitimeerd, proportioneel en effectief is. Daarover kan men legitiem van mening verschillen.
Geen commentaar.
Ten slotte is ook de voorgestelde scheidslijn tussen "Brussel en nationale overheden" enerzijds en "de bevolking" anderzijds niet vanzelfsprekend. Bij Europese verkiezingen, nationale verkiezingen en referenda blijken burgers juist sterk verdeeld over de gewenste richting van Europese samenwerking.
Je moet kijken naar de percentages niet-stemmers. Dat zijn de echte afhakers die niet meer in deze besluitvormingsprocessen geloven.
Niet-stemmers vormen de 'pain in the ass' van elk bestuurlijk vertegenwoordigingssysteem, die het liefst genegeerd worden omdat ze de legitimiteit van een bestuur ondermijnen.
Ten tweede is de afstand tussen de individuele burger en het bestuurlijke systeem dat hem bestuurt altijd de grootste. Zeker bij een systeem van indirecte vertegenwoordiging waarin de uiteindelijke besluitvormers en bestuurders getrapt worden gekozen is dat het geval.
Hoe zou de EU eruitzien als de voorzitter van de EC in een directe verkiezing door alle Europese stemgerechtigden gekozen zou worden waarbij de burgers kunnen stemmen op elke kandidaat uit elk land, die zich daarvoor aanmeldt en presenteert?
Reken maar van yes, dat dat de betrokkenheid van de Europeanen bij het toporgaan van de EU vergroot!
Of is de EU daar juist bang voor? Voor die bevolking die nog met de voeten in de spreekwoordelijke klei staat te zwoegen en op een authentieke manier tegen dingen aankijkt?
Er bestaat niet één homogene "Europese bevolking" met één gezamenlijke opvatting tegenover een eensgezinde bestuurlijke elite. De politieke werkelijkheid is complexer en pluriformer dan die tegenstelling suggereert.
Zeker, maar wordt er wel voldoende onderzoek gedaan naar hoe de EU nou echt "ligt" bij de Europeanen?
Door Anoniem: Door Anoniem: Verder wordt een klassieke denkfout gemaakt: uit de mogelijkheid dat surveillance misbruikt kan worden, wordt geconcludeerd dat misbruik ook het doel van de maatregelen moet zijn. Dat is een non sequitur.
Zo'n redenering heb ik niet opgezet. Er is dus geen sprake van een conclusie op de wijze zoals jij die meent af te kunnen leiden.
Surveillance op deze schaal is altijd bewust en kwaadaardig (niét op het schoolplein of bij examens).
Een dergelijke surveillance kan niet voor een goed doel zijn. Dergelijke surveillance is altijd misbruik van macht.
Dat is een normatieve stelling die als absoluut wordt gepresenteerd, maar niet wordt beargumenteerd. Je definieert grootschalige surveillance als per definitie kwaadaardig en als misbruik van macht. Daarmee is de conclusie al in de premisse ingebouwd.
Helemaal correct.
Hoe stel je voor om dat te bediscussiëren?
Er zijn overheden die grootschalige gegevensverwerking juist verdedigen met doelen als terrorismebestrijding, fraudebestrijding, grensbewaking of volksgezondheid. Of die argumenten overtuigen en of de maatregelen proportioneel zijn, is een legitiem onderwerp van debat. Maar uit het enkele feit dat surveillance omvangrijk is, volgt niet logisch dat het doel kwaadaardig moet zijn.
Klopt: het volgt daar niet uit, het
is kwaadaardig, per definitie.
Grootschalige surveillance is misdadig. Er bestaat geen zogenaamd "goed" doel wat dat rechtvaardigt.
Een sterkere kritiek zou zijn dat bepaalde vormen van massasurveillance vanwege hun omvang, ongerichtheid of gebrek aan waarborgen onverenigbaar zijn met fundamentele rechten, ongeacht de bedoelde doelstelling. Dat is een juridisch en ethisch argument, en dat is iets anders dan stellen dat de intentie noodzakelijkerwijs kwaadaardig is.
Juridische snot.
Wanneer ik stel dat surveillance van een bevolking altijd kwaadaardig is dan is daarin geïmpliceerd dat de fundamentele rechten van die bevolking worden afgeschaft.
En dat is kwaadaardig (en ook onethisch want kwaadaardigheid is altijd onethisch).
Dus wat jij sterker vindt, vind ik zwakker.
Met andere woorden: als je wilt betogen dat grootschalige surveillance onaanvaardbaar is, is het vaak sterker om je te beroepen op beginselen als proportionaliteit, subsidiariteit, noodzakelijkheid en grondrechten. Daarvoor hoef je niet te bewijzen dat beleidsmakers een kwaadaardige intentie hebben; het volstaat dan om te betogen dat de maatregelen objectief een disproportionele inbreuk op fundamentele rechten vormen.
..... welk argument door kwaadaardige surveillancestaten dan met gespeelde bezorgdheid evenzogoed terzijde geschoven wordt. Kortom, lood om oud ijzer.
Je houdt jezelf bovendien grandioos voor de gek door hier de term "objectief" te gebruiken.
Er bestaat inzake waarden geen objectiviteit, alleen goed(aardigheid) en kwaad(aardigheid). De strijd die de mensheid al een tijd begeleidt: die tussen Goed en Kwaad.
Door Anoniem: Door Anoniem: Juist omdat bevoegdheden kunnen worden misbruikt, bestaan er grondrechten, onafhankelijke rechters, privacytoezichthouders, parlementaire controle en de mogelijkheid om wetgeving aan te vechten. Die waarborgen zijn niet perfect, maar ze maken wel degelijk deel uit van het Europese systeem.
Surveillance is geen bevoegdheid die in een democratie aan autoriteiten verleend mag worden.
Dat mag alleen in een staat die door een democratie een autocratie genoemd wordt.
Surveillance op deze schaal is identiek aan dictatuur.
Vrijwel iedere democratische rechtsstaat kent vormen van surveillance. Denk aan cameratoezicht op openbare plaatsen, observatie in strafrechtelijke onderzoeken, telefoontaps na rechterlijke toestemming of inlichtingenonderzoek naar buitenlandse dreigingen. Dat zijn allemaal vormen van surveillance. De vraag is daarom niet óf surveillance in een democratie mag bestaan, maar onder welke voorwaarden, met welke wettelijke grondslag, welke noodzaak en proportionaliteit, en onder welk onafhankelijk toezicht.
Niet mee eens, het gaat om de schaal.
Grootschalige surveillance is een misdaad tegen de menselijkheid (zoals ik dat zie)
De zgn. democratische rechtsstaten zijn al heel ver een helling naar beneden afgegleden.
De stelling dat "surveillance op deze schaal identiek is aan dictatuur" vereist bovendien onderbouwing. Een dictatuur wordt doorgaans gekenmerkt door het ontbreken van vrije verkiezingen, onafhankelijke rechtspraak, persvrijheid en effectieve rechtsbescherming. Grootschalige gegevensverwerking of surveillance kan een kenmerk van een dictatuur zijn, maar maakt een staat op zichzelf nog geen dictatuur.
Dat is
mijn definitie.
De andere bestanddelen van een niet-dictatuur, die jij opnoemt zijn al lang niet meer aanwezig in onze "democratische rechtsstaat".
En dat is niet toevallig want het komt voort uit dezelfde spirit, die kwaadaardig is.
Anders zouden veel democratische landen die onder strikte wettelijke voorwaarden cameratoezicht, telecominterceptie of inlichtingenbevoegdheden kennen, eveneens als dictaturen moeten worden beschouwd, terwijl dat begrip juist bedoeld is voor een fundamenteel ander staatsbestel.
Begripssofisme.
Wanneer dat grootschalig gebeurt dan zijn ze m.i. een dictatuur.
Vooral democratie blijven noemen!
Door Anoniem: Door Anoniem: Wie privacy effectief wil verdedigen, heeft meer aan controleerbare feiten, juridische argumenten en concrete voorbeelden van disproportionele gegevensverwerking dan aan vergaande speculaties over verborgen intenties.
Dit is een valse tegenstelling: het een sluit het andere niet uit. Ze liggen in elkaars verlengde. De moderne natiestaat die heel erg klem zit tussen allerlei ontwikkelingen is gebaseerd op de volledige transparantie van de individuele burger: de burger als grenzeloze databron (al bekend met het door de EU (EC) geïntroduceerde begrip "data-altruïsme"? Dat is een nieuwe Europese burgerdeugd). Privacy is voor deze staat een obstakel dat overwonnen moet worden. De staat wil ALLES van de individuele burger weten, permanent, real time, controleerbaar en identiteitsgeverifieerd. Anders kan ze geen beleid maken, besturen. Omdat ze op een dwangconstructie is gebaseerd. Omdat de economie op slechte principes is gebaseerd. En omdat er nog teveel egocentrische, egoïstische en asociale mensen zijn. Privacy kan in deze staat nooit beschermd worden, dat is een illusie.
Het is waar dat moderne staten voor veel overheidstaken afhankelijk zijn van gegevensverwerking. Belastingen heffen, uitkeringen verstrekken, criminaliteit bestrijden en de volksgezondheid beschermen vereisen allemaal in zekere mate persoonsgegevens. Daaruit volgt echter niet dat de staat per definitie streeft naar volledige transparantie van iedere burger of dat privacy principieel onverenigbaar is met het functioneren van een democratische rechtsstaat.
Logisch gesproken niet, maar de facto wel.
Je ziet bovendien over het hoofd dat de staat angstig is, klem zit, moet zien te overleven, zich volgens haar eigen gevoel onvoldoende kan beschermen tegen bedreigingen van buitenaf (buitenland) en van binnenuit (eigen bevolking).
En de staat is een speelbal van de economie, waarvoor ze niet echt wetgeving durft te maken, die de situatie op de (zeer) lange termijn in principe zou kunnen verbeteren.
De staat handelt m.i. voornamelijk uit angst, onzekerheid en behoefte aan zelfbescherming.
Dat verklaart een deel van de grenzeloze behoefte aan data van burgers.
De stelling maakt bovendien een aantal sprongen waarvoor geen bewijs wordt geleverd. Dat de EU begrippen als "data-altruïsme" heeft geïntroduceerd, betekent niet dat burgers worden verplicht hun gegevens af te staan. Data-altruïsme is juist gebaseerd op vrijwillige toestemming voor het beschikbaar stellen van gegevens voor doeleinden van algemeen belang. De vraag of dat concept wenselijk is, staat los van de conclusie dat privacy onmogelijk zou zijn.
Het begrip geeft aan hoe de EU de wenselijke attitude van de burger t.a.v. het onttrekken van data aan hem ziet.
En daarmee waar de EU naartoe wil: naar mensen die geen problemen over hun privacybescherming maken (digitale identiteit bijvoorbeeld) omdat ze ervan overtuigd zijn dat de staat louter goede doelen nastreeft en die zich tevreden tonen met een denkbeeldig groen security-staatsslotje dat de staat om hun nek hangt.
Data-altruïsme is a.h.w. een beleidsvoorbereidende cultuurverandering.
Ook de conclusie dat "de staat alles wil weten" is een generalisatie.
En die is geldig.
In de praktijk bestaan binnen democratische rechtsstaten voortdurend conflicten tussen verschillende belangen: veiligheid, efficiëntie, privacy, persvrijheid en individuele autonomie.
.... als te bespreken concepten in een discussie. Maar als individuele burger die probeert zijn privacy te beschermen heb je geen schijn van kans tegen de staat of tegen een bedrijf, die je privacy verkracht.
Dat overheden soms te ver gaan met gegevensverwerking is uitvoerig gedocumenteerd en heeft geleid tot rechterlijke uitspraken, wetswijzigingen en ingrijpen door privacytoezichthouders. Juist het bestaan van die correctiemechanismen laat zien dat privacy niet slechts een illusie is, maar een afdwingbaar recht dat regelmatig wordt ingeroepen.
En wat is de uitkomst van al die "afdwingbare rechten" ?
Schiet het ook een beetje op met de algemene verbetering van de privacybescherming van de bevolking?
Door Anoniem: Door Anoniem: Zulke speculaties maken het juist gemakkelijker om terechte zorgen over privacy terzijde te schuiven als complotdenken, terwijl de onderliggende discussie over grondrechten serieus genoeg is om op feiten gevoerd te worden.
Complotdenken wordt sowieso door autoriteiten als label/ categorie ingezet om het bestaande maatschappelijke systeem onkwetsbaar voor kritiek te maken.
Daarvan afgezien kan een discussie over grondrechten nooit alleen op feiten gevoerd worden omdat het om afwegingen gaat van feiten t.o.v. de menselijke waardigheid.
Dergelijke afwegingen kunnen alleen plaatsvinden o.b.v. morele keuzes, keuzes o.g.v.
waarden die te maken hebben met het beschermen van de mens, de menselijke waardigheid en de menselijkheid in het algemeen.
Die waarden moeten mensen delen; die waarden worden niet afgeleid uit of bewezen met feiten.
Het is andersom: (maatschappelijke) feiten worden gemaakt door mensen die die waarden wel (= gunstig) of niet (= ongunstig) hebben.
De redenering verwart een aantal verschillende niveaus: morele overtuigingen, feitelijke beschrijvingen en causale verklaringen. Dat mensen handelen vanuit waarden is onmiskenbaar. Daaruit volgt echter niet dat maatschappelijke feiten "gemaakt worden door waarden" of dat feiten slechts een afgeleide zijn van morele keuzes.
Maatschappelijke feiten worden gemaakt door handelende mensen met waarden, die hun gedrag bepalen, en door structuren waarin die waarden a.h.w. zijn neergeslagen.
Een regenbui valt daar niet onder. En een stuk techniek (machine) ook niet direct. Wèl als mensen besluiten om zich de hele dag met stukken techniek te omringen en zo een technologische samenleving te maken (dus het gebruik van techniek in de samenleving).
Maatschappelijke feiten zijn voor een groot deel het gevolg van morele keuzes van mensen.
Waarden bepalen hooguit welke doelen mensen nastreven.
Niet mee eens. Waarden bepalen het gedrag van mensen. Gedrag is veel breder dan doeleinden.
Of die doelen daadwerkelijk worden bereikt en welke gevolgen beleid heeft, zijn empirische vragen.
En tevens morele (ethische) kwesties.
Juist daarom is feitenonderzoek onmisbaar. Goede bedoelingen garanderen geen goede uitkomsten, en slechte bedoelingen leiden niet automatisch tot slechte resultaten. De werkelijkheid is weerbarstiger dan dat.
Geen commentaar.
Ook de stelling dat het begrip "complotdenken" sowieso wordt ingezet om het bestaande systeem onkwetsbaar te maken voor kritiek, is een ongefundeerde generalisatie.
Dat is het niet.
Soms worden critici inderdaad ten onrechte weggezet met een label. Maar evenzeer bestaan er theorieën die uitgaan van geheime, gecoördineerde intenties zonder voldoende bewijs. Het is legitiem om die als complottheorieën te kwalificeren.
Het punt is dat het niet bij die kwalificatie blijft, maar dat dergelijke theorieën
door de staat als ongewenst worden beschouwd en dat zij pogingen doet die te verbieden.
Je zou een theorie waarvoor onvoldoende bewijs bestaat ook kunnen behandelen als een aanleiding om meer feiten te verzamelen om die theorie te onderbouwen.
Dat gebeurt in de wetenschap met elke hypothese en elke assumptie.
Het is zeer opmerkelijk te noemen dat dat in een "vrije, democratische" samenleving, zoals de onze dat pretendeert te zijn, niet zo behandeld wordt.
De staat mag zich in een democratie niet bezighouden met wat de bevolking denkt. Al ziet die bevolking de hele dag UFO's vliegen, waarvan verondersteld wordt dat die de mensheid komen redden (of juist niet).
Het enkele feit dat een standpunt kritisch is, maakt het niet immuun voor een beoordeling van de kwaliteit van de onderbouwing.
Mee eens, maar beoordelen is één ding, verketteren is iets heel anders.
En daarin toont de staat in wezen haar zwakte.
Bovendien is het een valse tegenstelling om te suggereren dat een discussie óf over feiten óf over waarden gaat.
Jij introduceert het verschijnsel tegenstelling.
Ik heb het woord tegenstelling niet gebruikt. Het
is ook geen tegenstelling. Feiten worden gewogen, gewaardeerd d.i. aan een (kwalitatieve) waarde afgemeten.
Een rechtsstaat functioneert juist doordat beide voortdurend met elkaar worden verbonden.
Klopt.
Een menselijk leven overigens ook.
De waarde "menselijke waardigheid" krijgt pas betekenis wanneer wordt vastgesteld welke maatregelen die waardigheid daadwerkelijk aantasten. Dat vereist bewijs, toetsing en controleerbare feiten. Zonder die feitelijke basis blijft iedere morele beoordeling grotendeels speculatief.
Ik ben het
niet eens met zo'n benadering omdat dit de nadruk legt op de controleerbaarheid van feiten.
Wanneer je daar de nadruk op legt dan sta je met één been in de surveillancestaat: de staat die
alle feiten registreert want je moet eerst de beschikking hebben over geregistreerde feiten voordat je die kunt gaan wegen/ toetsen aan een door de staat omschreven (kwalitatieve) waarde.
De menselijke waardigheid wordt echter, evenals alle andere waarden, in laatste instantie subjectief bepaald,
niet objectief. De menselijke waardigheid wordt in laatste instantie bepaald door elke individuele mens
voor en uit zichzelf.
Elke mens is a.h.w. de "objectieve" instantie.
Een verschijnsel als (sexueel) sadomasochisme, bijvoorbeeld, zou zonder deze individuele beslissende instantie, die elke mens is, volgens "objectieve" criteria altijd een misdaad tegen de menselijke waardigheid zijn.
De mens is de maat voor alle dingen! Zijn
eigen maat.
Dat wil zeggen dat uiteindelijk het
oordeel van ieder mens
over de feiten
in laatste instantie telt, niét de feiten zelf.
De mens weegt de feiten. Zo kunnen slachtoffers hun daders vergeven (dit heeft uiteraard geen betrekking op voornoemd sadomasochisme, maar op echte misdaden, zoals verkrachting en foltering).
Ik vind het veel belangrijker dat er
vertrouwensstructuren in de samenleving worden opgebouwd waarin mensen veilig kunnen zijn. Vertrouwensnetwerken tussen mensen.
De staat kan in laatste instantie mensen niet beschermen. Ze kan proberen daders van gepleegde misdaden op te sporen, maar ook die vooronderstellen waarneembaarheid. Daders die door niemand waargenomen zijn zijn onvindbaar.
Uiteindelijk kunnen alleen mensen mensen beschermen.
Ten slotte is de uitspraak dat "maatschappelijke feiten worden gemaakt door mensen met gunstige of ongunstige waarden" een ernstige oversimplificatie. Maatschappelijke ontwikkelingen worden beïnvloed door een complex samenspel van economische omstandigheden, technologische innovatie, internationale verhoudingen, instituties, cultuur, toevallige gebeurtenissen en menselijk gedrag.
Maar in al deze ontwikkelingen, gebeurtenissen, omstandigheden en verhoudingen is er telkens maar één persoon, die dat beleeft en die zijn keuzes maakt: de individuele mens.
Alle complexiteit is gebouwd van het gedrag en de keuzes, die deze kleinste schakel in de samenleving vormgeeft - elke mens, elke seconde, waar hij ook is. De enige die telt, de enige die daardoor verantwoordelijkheid draagt: ieder individueel van minuut naar minuut.
Het reduceren van al die factoren tot de morele kwaliteit van individuen is eerder een filosofische overtuiging dan een houdbare verklaring.
Dàt is een valse tegenstelling.
Het is ook niet reduceren, maar terugbrengen tot de essentie, de laatste essentie van het leven.
De morele kwaliteit van alle mensen bepaalt of de aarde een hemel of een hel wordt - de morele kwaliteit van machtigen meer dan van onmachtigen. En maatschappelijke elites hebben over het algemeen geen hoogstaande morele maatstaven.
Kortom: een democratisch debat over grondrechten vereist inderdaad normatieve keuzes, maar juist omdat die keuzes zulke grote gevolgen hebben, moeten zij worden getoetst aan controleerbare feiten. Anders wordt het onmogelijk om onderscheid te maken tussen terechte waarschuwingen, onjuiste aannames en speculatieve conclusies. Dat ondermijnt uiteindelijk de bescherming van de grondrechten die men zegt te willen verdedigen.
Dit is een vorm van
sciëntisme: het maken van de werkelijkheid door meetbare, toetsbare en dus bewijsbare onderdelen/componenten (met 'tools' te benaderen).
Dat is de grootste bedreiging van de mens(heid) - en we zijn al aardig op weg.
Of opnieuw:
Kortom: een democratisch debat over grondrechten vereist inderdaad normatieve keuzes, maar juist omdat die keuzes zulke grote gevolgen hebben, moeten zij worden getoetst aan controleerbare feiten.
Zij moeten op de allereerste plaats getoetst worden aan het
morele kompas van mensen. Dat is veel belangrijker dan de controleerbaarheid van feiten.
Dat morele kompas moet dringend verbeterd worden. Vooral dat van bestuurders en andere machtigen.