@privacy679 op 15 juni 2026 om 12:35 uur.
Bedankt voor je nadere toelichting. Fijn om te lezen dat we het op een aantal punten eens zijn. Dan ga je over tot het pièce de résistance:
MJ: Ik heb in mijn vorige posts al uitgelegd waarom overweging 51 AVG, als je de tekst daarvan goed leest, duidelijk maakt dat een fotografische afbeelding van een menselijk gezicht, gezien de stand der techniek anno nu, geacht moet worden biometrische gegevens te bevatten.
Hier wil ik echter nuance aanbrengen. De AVG, zoals de meeste EU-verordeningen, is bewust een risico-gebaseerde open norm. Het is enkel een Algemene Verordening, die algemene regels stelt. Veel van die regels moeten door organisaties worden geïnterpreteerd, en door toezichthouders en rechters worden getoetst. Dit past binnen onze Trias Politica: er wordt een balans tussen wetgeving, uitvoering en juridische controle (rechtspraak) gezocht.
Overweging 51 is geschreven door de wetgevende macht. Zij stelt dat foto's in beginsel niet binnen de AVG-definitie van biometrische gegevens vallen. Dat is bewust een juridische definitie, niet een gangbare 'real life' definitie.
1. In de overweging zelf staat "moet niet systematisch worden beschouwd". Dat is iets
anders dan "moet in beginsel niet worden beschouwd". Dus hier is al sprake van een keuze hoe men overweging 51
wil interpreteren.
2. Ik denk dat het hele onderscheid tussen een juridische definitie en een "real life" definitie, zodra dit onderscheid wordt gebruikt ter rechtvaardiging van een bepaalde wetsinterpretatie, al zeer dubieus en waarschijnlijk onethisch is.
Om dat even op scherp te stellen, het volgende denkvoorbeeld. Stel dat iemand ter dood veroordeeld wordt op grond van een "juridische definitie" van moord, terwijl er vanuit een "real life" perspectief sprake was van zelfverdediging of een onoverzichtelijke situatie waarin diegene juist mensenlevens probeerde te redden, dan zouden wij zo'n vonnis ethisch onaanvaardbaar vinden.
Ik begrijp heel goed dat de door jou genoemde interpretatie wordt gevolgd door (bijna) alle beslissers, inclusief rechters, en door gevestigde experts. Daar zit juist ook het probleem. Het is niet alleen een juridisch probleem, maar ook een cultuurprobleem bij de bestuurlijk-juridische elite. Die hanteert een burger-onvriendelijk paradigma. We weten allemaal al sinds Thomas Kuhn (paradigmatheorie) dat paradigma's bijna nooit veranderen of vervangen worden als gevolg van redelijke argumenten. Kuhn had het over "nieuwe generaties wetenschappers". In essentie gaat het om verschuivingen in machtsverhoudingen die tot het veranderen of vervangen van paradigma's kunnen leiden.
Het is waar dat élke foto van een persoon in principe informatie bevat die unieke identificatie mogelijk maakt. Maar, als dat niet feitelijk gebeurt, dan is het risico voor de rechten en vrijheden van de betrokkene in principe laag.
Dit lijkt mij op twee punten geen juiste aanname:
1. De impliciete aanname dat die unieke identificatie niet feitelijk gebeurt, is veelal niet juist. Het kan in sommige gevallen even duren, maar die gegevens komen in profielen terecht waar ze gebruikt worden voor unieke identificatie. Die gegevens (gezichtskenmerken) zijn in de feitelijke werkelijkheid eenvoudigweg tè aantrekkelijk om ze daarvoor niet te gebruiken als het wel "kan". De enige manier om dat te voorkomen, is om het vereiste van dataminimalisatie echt te respecteren. In de praktijk gebeurt dat niet.
2. Ook los van rechtstreekse unieke identificatie wordt er met dergelijke persoonsgegevens van alles gedaan dat (soms indirect, via meerdere stappen) een negatieve invloed heeft op de rechten en vrijheden van de betrokkene. De realiteit is in heel veel gevallen dat zodra een natuurlijke persoon de controle verliest over zijn eigen persoonsgegevens (in de zin van verlies van feitelijke beschikkingsmacht èn verlies van de macht om tijdig adequaat inzicht te hebben in wat er met die gegevens gebeurt), organisaties (d.w.z. verwerkingsverantwoordelijken) zich vrij voelen om van alles met die gegevens te doen waarbij het vereiste van "doelbinding" zodanig wordt opgerekt dat het geen feitelijke betekenis meer heeft (extreme "function creep").
Aangezien deze verordening risico-gebaseerd is, is er geen reden om dit aan de zwaardere systemathiek van artikel 9 etc. te toetsen (dat is hoe de AVG werkt, dat betekent niet dat ik het daarmee eens ben).
Het idee dat de verordening "risico-gebaseerd" is, zoals jij zegt, is in zichzelf al een interpretatie van hoe de verordening zou moeten worden gelezen. Ik begrijp dat dit een zeer gangbare interpretatie is, en dat ik daar in de praktijk niets aan kan veranderen. Maar het moet wel benoemd worden dat dit geen objectief noodzakelijke interpretatie is, maar een keuze. Het is een keuze die zeer breed wordt gedragen door het bestuurlijk-juridische establishment. Maar wel een keuze.
Maar goed, als we van deze interpretatie uitgaan, dan zou juist moeten worden erkend dat de verwerking van de gezichtskenmerken op pasfoto's
feitelijk een zeer groot risico met zich meebrengt met het oog op lekken en misbruik. Dit juist ook omdat zo'n gegeven maar één keer hoeft te lekken (in een bepaalde context) en alles wat met dat gegeven in verband kan worden gebracht, is onmiddellijk herleidbaar tot een unieke persoon. Want afgezien van enkele kroongetuigen en overgelopen spionnen, zal geen enkele burger een complete "make-over" van zijn gezicht ondergaan, nog los van de vraag of iemand iets dergelijks zou willen (zolang er geen sprake is van een extreem onveilige situatie).
Daar komt bij dat juist artikel 9 van de AVG voor een belangrijk deel een
niet-risicogebaseerde benadering volgt. Immers, in dat artikel gaat het primair niet om (inschattingen van) risico's, maar om een strikte, objectieve, aantoonbare noodzaak voordat de betreffende gegevens mogen worden verwerkt. Wat jij eigenlijk zegt, is dat omdat de AVG (volgens die gangbare interpretatie) voor het overgrote deel een "risico-gebaseerde" benadering volgt, de toepassing van één van de weinige niet-risico-gebaseerde artikelen daarvan ook nog maar eens geminimaliseerd zou moeten worden. Alsof artikel 9 niet net zo goed een onderdeel is van de AVG als de andere, minder stringente artikelen. Ik vind dat een onjuiste, burgervijandige manier van redeneren.
De AVG is een tekst. Hoe de AVG "werkt", hangt af van de interpretatie die rechters en toezichthouders eraan geven.
Maar, als een verwerkingsverantwoordelijke die foto wél gebruikt voor (1) unieke identificatie, (de unieke identificatie of authenticatie - dat wil zeggen het onderscheiden van 1 persoon van de andere (identificatie), en/of het bevestigen dat 1 persoon dezelfde is in twee of meer afbeeldingen (authenticatie)), én voor dat doeleinde (2) specifieke technische middelen inzet, dán wordt er voldaan aan de definitie van biometrische gegevens.
Dit is hoe deze overweging gelezen dient te worden. Je moet beide zinnen (De verwerking van foto's mag niet systematisch worden beschouwd als verwerking van bijzondere categorieën) en (wanneer zij worden verwerkt met behulp van bepaalde technische middelen die de unieke identificatie of authenticatie van een natuurlijke persoon mogelijk maken) dus samen lezen.
De tweede zin invalideert jouw interpretatie van de eerste zin.
Nee, dat ben ik niet met je eens. Ik heb al eerder aangevoerd dat het opslaan van gezichtskenmerken op een pasfoto (bijv. in JPEG-formaat)
zèlf al een verwerking is
"met behulp van bepaalde [d.w.z. specific] technische middelen die de unieke identificatie of authenticatie van een natuurlijke persoon mogelijk maken".
Jij voert geen argumenten aan waarom die interpretatie van mij niet zou kunnen. Hij kan prima, maar het bestuurlijk-juridische establisment wil hem niet. Dat heeft te maken met bestuurlijke, politieke en commerciële belangen - belangen die diametraal tegenover de doelstelling van de AVG staan om de persoonsgegevens van natuurlijke personen goed te beschermen (artikel 1 AVG).
'Systematisch' betekent hier "niet altijd, alleen in bepaalde gevallen,"
Dat ben ik met je eens, mits je hier met "bepaalde gevallen" bedoelt: "sommige gevallen".
en de tweede zin legt uit in welke bepaalde gevallen dat wél geldt.
Ja, en ik heb aangegeven waarom bij het opslaan van een pasfoto (bijv. in JPEG-formaat) die tweede zin wel degelijk van toepassing is.
(...) De [Hoge] Raad kan alleen toetsen of de wet zo gelezen moet worden of niet.
Mijn stelling is dat de toetsing van de Hoge Raad anders zou zijn uitgevallen als de Hoge Raad het doel van de AVG, namelijk de bescherming van natuurlijke personen, werkelijk centraal had gesteld in zijn toetsing, en zich niet had laten afleiden door de hierboven door mij genoemde, bestuurlijke, politieke en commerciële belangen.
De Raad kan natuurlijk ook toetsen of deze inbreuk noodzakelijk is in een democratische samenleving, maar alleen als daarnaar gevraagd wordt. Dat heeft de rechter in die casus helaas niet gedaan.
Kun je aangeven waar er in de materiële of procesrechtelijke wetgeving staat dat de Hoge Raad zo'n inbreuk niet ambtshalve zou mogen toetsen aan artikel 8, tweede lid EVRM (een internationaal verdrag)? Het lijkt mij dat artikelen 93 en 94 van onze Grondwet juist van de Hoge Raad verlangen dat die zo'n toetsing wel doet, zodra dat invloed kan hebben op de overwegingen en conclusies in het door de rechter uit te spreken oordeel.
Dan komen weer terug bij artikel 29 Uitvoeringswet AVG. Hierin heeft de Nederlandse wetgever de AVG geïnterpreteerd en kaders gesteld voor de toepassing daarvan. Die luidt "het verbod om biometrische gegevens met het oog op de unieke identificatie van een persoon te verwerken is niet van toepassing, indien de verwerking noodzakelijk is voor authenticatie of beveiligingsdoeleinden .
In de memorie van toelichting (waarin de wetgever uitlegt wat die met bepaalde formuleringen in de wet bedoeld heeft), wordt uitgelegd dat 'noodzakelijk' alleen geldt wanneer het gaat om 'zwaarwegend algemeen belang'. Helaas is het enige voorbeeld dat gegeven is, een kerncentrale. Dat geeft weinig ruimte voor interpretatie, en dit zorgt dat een bank dus maar zelf gaat gokken of dat kan (en surprise surpise, dan vinden zij van wel). Dit is een slordigheid van de wetgever, naar mijn mening. Zie de AP: https://www.autoriteitpersoonsgegevens.nl/actueel/antwoord-op-prangende-juridische-vragen-over-gezichtsherkenning
Ik ben het met je eens dat dit artikel van de UAVG een voorbeeld is van slechte wetgeving. Maar ik zou het, anders dan jij, geen "slordigheid" noemen. Misschien formuleer jij het diplomatiek, en ik verwacht niet dat jij hier op dit forum het openlijk zult zeggen als jij het, net als ik, een voorbeeld van "malafide" en "burgervijandige" wetgeving zou vinden. Er is echt wel over nagedacht door de ambtenaren en politici die deze wetgeving hebben opgesteld.
Zoals ik in mijn vorige opmerking zei, kan ik je aanbevelen om niet te blijven haken op de vraag of élke foto een biometrische verwerking inhoudt. De wetgevers hebben bepaald dat dat niet in de definitie valt, dus die strijd kan je alleen winnen door een aanpassing van de wet te lobbyen. Waar je wél een punt hebt, en waar dus ruimte voor discussie is, is dat de ASN geen zwaarwegend algemeen belang heeft bij deze identificatie, en dat er minder ingrijpende middelen bestaan. Hun verwerking van biometrische gegevens is dus niet noodzakelijk.
Ik zie in deze alinea van jou een bepaald soort conformisme. Misschien is dat nodig om als privacy-expert, zoals jij aangeeft te zijn, in de praktijk te overleven in het huidige krachtenveld in Nederland en de EU. Maar ik wil graag op de volgende dingen wijzen:
1. Ik blijf niet haken op de vraag of élke foto een biometrische verwerking inhoudt. Uit mijn reactie op 08-06-2026 om 14:22 uur (want ja, dat was ik, zoals je uit mijn schrijfstijl ongetwijfeld al geconcludeerd hebt) kun je al concluderen dat ik daar niet op blijf haken. Maar ik zie ook geen aanleiding om mijn stellingname op dat punt te verlaten. Ik blijf het bestuurlijk-juridische establishment erop wijzen dat dit establishment collectief, in bestuurlijk-juridische consensus, een bepaalde, burgervijandige keuze maakt, die objectief gezien niet nodig is.
2. Ik verwacht helemaal niet om enige "strijd daarover te winnen". Niet met redelijke argumenten en ook niet met intern-Nederlandse politieke argumenten. Ik heb al lang geconcludeerd dat een dergelijke strijd pas te winnen zou vallen als er een politiek-bestuurlijke aardverschuiving zou plaatsvinden. Mogelijk in de vorm van een ramp.
Vergelijk dit met het langdurige wegkijken van het bestuur, de toezichthouders èn de rechterlijke macht waar het ging om de risico's bij het verwerken van persoonsgegevens door bedrijven in de VS of dochterbedrijven daarvan (casus Solvinity en DigiD). Als niet Donald Trump, maar Kamala Harris in 2024 tot president van de VS was verkozen, zou het Nederlandse en Europese bestuurlijk-juridische establishment op dat punt nog steeds wegkijken.
Alleen de politieke aardverschuiving die Trump c.s. teweeg hebben gebracht, heeft daar verandering in gebracht en het voor het Nederlandse bestuurlijk-juridische establishment politiek onmogelijk gemaakt om op dat specifieke punt het ontkennings- en verhullingsgedrag 100% voort te zetten.
3. Jouw idee dat ik pas "een punt heb" en "ruimte voor discussie" als ik de macht heb om mijn mening door te zetten, laat jouw pragmatische conformisme zien. Mijn opvatting is dat ik ook "een punt heb" als ik op goede gronden iets zeg
zonder te beschikken over de macht om anderen ertoe te bewegen om de redelijkheid daarvan in te zien, laat staan de macht om het te effectueren. Het is een keuze van jou om hier geen "ruimte voor discussie" te zien - een keuze waarmee jij je bij het bestuurlijk-juridische establishment schaart.
Hier op dit forum zit ik niet in de rol van een expert die graag wil dat z'n advies door de leiding van een organisatie wordt overgenomen - de rol waarin jij je kennelijk nog steeds voelt zitten. Ik zit hier in de rol van iemand die gewoon naar beste weten de waarheid kan zeggen. Allerlei dissidenten hebben deze laatstgenoemde rol vervuld. Meestal hebben ze daarvoor een hoge prijs betaald en er geen beloning voor gekregen. In luttele, zeer uitzonderlijke gevallen (bijvoorbeeld Vaclav Havel) zijn ze later opeens in een positie terechtgekomen waarin ze wel bestuurlijke invloed kregen. Persoonlijk verwacht ik dat in mijn geval helemaal niet. Ik heb op dat punt niets te verliezen. Jij misschien wel - dat weet ik niet. Ik kan gewoon de waarheid zeggen.
4. Op het laatste punt (dat er voor ASN minder ingrijpende middelen bestaan om te voldoen aan de Wwft) ben ik het met je eens. En dat zal ik ook zeker aanvoeren in mijn communicatie met ASN.
M.J.