(..) Analoge check lijkt voor de gebruiker en sommige beoordelaars misschien een waterdichte check, maar hoeft dit geenzins te zijn: hersenletsel door trauma, aangeboren onvermogen, (nog niet onderkende) alzheimer beinvloedden de analoge check die een persoon of personen uitvoeren. Dit geldt ook voor de mens met zijn handen aan digitaal apparaat of (vermeende) analoge telefoon, en mensen met een gezond, of modaal brein.
Het identificeren van een fysiek aanwezige persoon m.b.v. de zintuiglijke waarneming van een (of twee) mens(en) is voldoende waterdicht in het analoge domein.
De fouten die daarbij ontstaan zijn beperkt en maatschappelijk beschouwd alleszins acceptabel.
Het waterdicht "identificeren" van de digitale representatie van een persoon op internet is daarentegen zeer problematisch omdat digitale techniek
'an sich' kwetsbaar is.
De kwetsbaarheid van digitale techniek wordt echter bewust buiten de maatschappelijke discussie, inclusief experts, gehouden.
Er wordt daarentegen gefocust op het "veilig_voor_mensen" maken van het gebruik van digitale techniek, i.h.b. het "veilig" maken van het gebruik van de identiteit van mensen in het digitale domein.
Die identiteit is dus ook door de inherente aard van de digitale techniek kwetsbaar; véél kwetsbaarder dan in het analoge domein.
Daar wordt echter voortdurend van afgeleid in het debat.
De reden daarvoor is m.i. de
verborgen agenda van digitalisering: men wil een zo uitgebreid mogelijke
unieke identiteit van ieder mens (op aarde) in het digitale domein hebben.
Omdat het digitale domein kwetsbaarder is dan het analoge domein -het digitale domein is een bewerking van het analoge domein- hetgeen bijzonder duidelijk wordt bij de pogingen om de digitale identiteit te beschermen/ "beveiligen", wordt de bevolking het zgn. "noodzakelijke" traject ingesluisd om steeds meer uniek identificerende kenmerken van haar identiteit af te staan en dus steeds meer over haar leven aan de autoriteiten bekend te maken.
Op deze wijze functioneert digitalisering als een methode om elke levende mens met huid en haar (volledige identiteit) aan de machthebbers uit te leveren.
"Kennis is macht" is de oude waarheid.
Kennis van machthebbers over hun bevolking is ook macht.
Om het samen te vatten:
de noodzaak om steeds meer persoonlijke, uniek identificerende gegevens digitaal aan de autoriteiten te overhandigen wordt aan de bevolking gepresenteerd als een manier om de identiteit te kunnen beschermen; als een (noodzakelijke) veiligheidsmaatregel dus.
Terwijl deze "veiligheids"maatregel iedereen individueel kwetsbaarder maakt en
niets te maken heeft met het veiliger maken van een immanent kwetsbare digitale
techniek.
Dus misleiding is.
De bevolking wordt als een oude vertrouwde zondebok geofferd op het altaar van de machthebbers.
(..)Omdat waarneming zo kwetsbaar is voor manipulatie, is privacy autonomie schaars en belangrijk.
Zintuiglijke waarneming van een te identificeren mens die voor je neus staat is niet zo gemakkelijk te manipuleren.
Alle waarneming die door techniek bemiddeld wordt is dat wèl - juist
door die techniek.
Digitale techniek is bij uitstek te manipuleren omdat er informatica aan ten grondslag ligt.
Om niet als burger of social media gebruiker meteen in dataconstruct of datatoezicht bij elke woord wat gezegd of geschreven is gevangen gezet te worden.
Het gevangen zetten gaat om controle. De staat wil steeds meer data van de burgers hebben om controle over de bevolking te houden. Het is een
data-gevangenis.
De staat werkt met risico-modellen, modellen die registreren waar zich de meeste risico's voordoen (om daarmee preventief te kunnen ingrijpen).
Uiteindelijk gaat deze controlewens m.i. terug op de (te) grote afstand tussen de staat en de individuele burger.
Dat is niet alleen een
schaalprobleem, maar ook een
kwalitatief probleem: de staat kent de individuele burger niet echt en zij probeert met al haar dataverzamelingen toch een beeld van die burger te krijgen.
Dat beeld is abstract, dood (net zoals het beeld wat de wetenschap van de mens heeft).
Het is een organisatieprobleem: de staat is de organisatie waarin zich de bevolking op een zeer specifieke manier georganiseerd heeft.
De bevolking heeft procedures ingesteld over wat de staat voor de collectiviteit moet regelen (parlementaire democratie).
Wat de staat moet regelen is m.i. al veel teveel omdat de staat ook dingen moet regelen waarvan ze de ballen verstand heeft (economie bijvoorbeeld) of waarvan ze gewoon af moet blijven (opvattingen en meningen van mensen - of van oorlog voeren).
De staat is een organisatieproduct wat lijdt aan hybris: overbelast door overambitieusheid.
En daardoor gedoemd om te falen.
En daardoor nog krampachtiger de toevlucht nemend tot data verzamelen - iets waar de staat goed voor uitgerust is want iedereen zit in haar databases met naam en toenaam.
En zo in een negatieve spiraal terechtkomt: nog verder van huis en nog minder grip op wat voor maatschappelijk proces dan ook.
En één grote surveillance-kluwen waarvan de ongewenste gevolgen voor de individuele mens nog niet bij benadering te overzien zijn.
En waarvoor? In elk geval
niet om de (grootste) maatschappelijke problemen op te (kunnen) lossen want die worden met geen enkele dataverzameling opgelost.
En ook niet met het draaien aan knoppen, die aan individuele burgers bevestigd worden (micro-management).
"Meten is weten" is hooguit het begin van een oplossing, maar zeker niét het eindpunt.
Mensen moeten er nog achter komen dat de staat in de huidige vorm tégen hen werkt en dat daarom de vorm (organisatie) van de staat moet veranderen.
(..)Analoge waarneming is geen bron van waarheid in samenleving waar ernstige kennis- en machtsongelijkheid dominant is.
Niet mee eens.
Analoge waarneming, d.i. onbemiddelde zintuiglijke waarneming is altijd een bron van waarheid - in wat voor samenleving dan ook.
Je moet alleen oppassen wanneer visies van de cognitieve neurowetenschap dominant worden in de samenleving want die leveren je pseudo-kennis, zoals het volgende:
De analoge check is maar een van de sensoren, en die sensor wordt uitgelezen door een hallucinerend brein.
En wat voor antwoord geeft de cognitieve neurowetenschap op de vraag of het maatschappelijk redelijk dan wel onredelijk is om anoniem te kunnen bellen met een prepaid sim? Ja of nee?
De fysieke exclusiviteit kan in het analoge domein een schijnbare reality check zijn...
Het
kan schijnbaar zijn, dus fout, maar is dat in de overgrote meerderheid van de gevallen
niet.
Het systeem controleert de token, niet de mens, maar bij analoge controle, gaat het ook mis, en ernstig ook.
Oh ja? Waar blijkt dat uit?
Iemand zien of horen is geen objectieve check over zijn identiteit, ...
Hoezo niet?
Eén persoon kan zich vergissen, maar twee? Of drie? - kan allemaal geregeld worden op het gemeentehuis.
Objectiviteit is niets anders dan het eens zijn door minimaal twee personen dat wat ze zien (een persoon bijvoorbeeld)
die persoon is en niét een andere, dus dat ze hetzelfde zien. De objectiviteit wordt groter geacht wanneer meer mensen het daarover eens zijn; dat laatste geldt ook voor de kennis van de cognitieve neurowetenschap.
.... en al helemaal geen "save space".
Aan 'woke' doen we niet.
Hybride realiteit is een door mensen geconstrueerde samenleving, waarom van mensen eisen die als natuurlijk of biologisch orde te ervaren?
Zo zijn machthebbers. Die vertellen je altijd dat zoals zij het geregeld hebben het het beste is of, nog beter, "natuurlijk" is, of ontleend aan biologische wetmatigheden of (vroeger) aan aanwijzingen van God.
De huidige machthebbers gooien het op "de" wetenschap als hoogste instantie van de waarheid. Zoals bijvoorbeeld: cognitieve neurowetenschap.
Allemaal om het volk eronder te houden en het vragen stellen over macht af te leren.
Macht? "Is een hallucinatie!"