Door Anoniem: Door Anoniem: Waaruit:
"De EU heeft dus een tamelijke zwak ‘rechtsstatelijk karakter'."
En:
"Wetgeving die een grondwet overstijgt is een inversie van het principe van de rechtsstaat" (de EU heeft géén grondwet).
En uit de conclusie:
"De EU bestaat uit meerdere, collectieve, oligarchische instituties met louter een zeer indirecte democratische basis, weinig aansprakelijkheid tegenover burgers, parlementen en lidstaten en te veel ondoorzichtigheid.(..) De Europese Unie is dus slechts deels democratisch, nog minder een rechtsstaat, geen constitutionele staat en zelfs geen consolidatie van de principes van universele mensenrechten of internationale gerechtshoven."
https://npi-dpi.nl/nederland-in-eu/analyse-4-grote-democratisch-tekortkomingen-in-het-europese-systeem/ Dit artikel is al gedebunkt.
Ha ha, ik zou zeggen dat jij een poging doet om de beroerde democratische stand van zaken bij de besluitvorming in Brussel tegen een vernietigend oordeel te beschermen.
Hierbij:
De EU is niet perfect democratisch — maar dit artikel bewijst geen semi-autoritaire Unie
Het bewijs is m.i. al behoorlijk ver gevorderd.
Een kritische analyse van de Europese instellingen is welkom. Maar wie de EU vergelijkt met franquistisch Spanje of de Sovjet-Unie, moet met meer komen dan institutionele verschillen en retorische suggesties.
Institutionele
overeenkomsten zul je bedoelen.
En in dit (beperkte) kader is een vergelijking van de semi-autoritaire bevoegdheden van de EC met de democratie onder Franco of die in de SU er niet met de haren bijgesleept.
Het artikel '4 grote democratische tekortkomingen in het Europese systeem' op NPI-DPI presenteert de Europese Unie als een systeem waarin de democratische controle grotendeels ontbreekt.
Het wordt precies benoemd/ aangegeven waar de democratische controle ontbreekt.
De Europese Commissie zou onvoldoende gelegitimeerd zijn, het Europees Parlement zou nauwelijks macht hebben, het Hof van Justitie zou politiek gekleurd zijn en de EU zou geen constitutionele basis hebben.
Ik zet daar even mijn rijtje van vier tegenover:
1/ De EC heeft het initiatiefrecht van wetgeving.
2/ Het EP kan haar controlerende taak onvoldoende uitvoeren.
3/ De EU heeft een tamelijk zwak rechtsstatelijk karakter in de vorm van het Hof van Justitie doordat dit hof meer bloot staat aan politieke invloed dan de gerechtshoven in de lidstaten. Minder politieke beïnvloeding van de rechterlijke macht komt de gewenste onafhankelijkheid van de rechtsspraak ten goede. Op dit punt is de scheiding der machten volgens de Trias Politica in de nationale staten beter gewaarborgd dan in de EU.
4/ De EU heeft geen grondwet.
Dat klinkt stevig. Maar bij nadere beschouwing blijkt het artikel vooral één fundamentele denkfout te maken:
het verwart het feit dat de EU geen klassieke nationale parlementaire democratie is met de conclusie dat zij daarom nauwelijks democratisch of semi-autoritair zou zijn.
Nee, dat is te kort door de bocht.
In het artikel wordt het bestuurlijke ontwerp van het Europese systeem (beperkt) vergeleken met de democratische vormgeving van het bestuur van de nationale democratieën. Dat laatste is het referentiepunt.
Een referentiepunt in een vergelijking is legitiem en géén teken van verwarring.
Het artikel onderbouwt dat de EU op democratische legitimiteit èn op rechtsstatelijkheid lager scoort dan het bestuur in de lidstaten.
Dat rechtvaardigt de conclusie dat de EU een minderwaardige versie van democratie en rechtsstaat vertegenwoordigt dan die in de nationale democratie.
Met andere woorden, de besluitvorming in de EU
is semi-autoritair en met minder solide rechtsstatelijke waarborgen omgeven dan in de lidstaten.
Wanneer jij vindt dat de democratie binnen de EU-besluitvorming net zo robuust is als die in de natiestaten dan zul je dat moeten aantonen.
Dat is geen overtuigende institutionele analyse.
Dit is zeker geen
volledige institutionele analyse, maar eerder de schetsmatige contouren ervan.
Een institutionele analyse vergt minimaal één (dik) boek.
Of die analyse dan overtuigt is voor een groot deel afhankelijk van je (burgerlijke) behoefte aan democratische vertegenwoordiging - om het maar even voor de vuist weg te formuleren.
De analyse vergelijkt (kort) de EU op enkele punten met de nationale democratie.
Dit kan op z'n minst een aanleiding vormen om het concept "democratie" opnieuw te doordenken om de levensvatbaarheid ervan in zeer grootschalige bestuursorganen te onderzoeken.
Mijns inziens is het bureaucratische debacle aka monster met de naam "Europese Unie" een noodzakelijk gevolg van het buraucratische debacle van de nationale democratie. Deze Europese superstaat stuit op de grenzen van datgene wat democratisch beheersbaar is of zou moeten zijn.
Brussel is teveel van alles zonder uitzicht op de beheersbaarheid van economische en maatschappelijke problemen.
De uiteindelijke legitimering van een bestuursstructuur is het oplossen van problemen die door de bestuurden worden ervaren. Elk bestuur heeft een ondersteunende functie.
Aan zowel het Europese als nationale bureaucratische debacle ligt een foutief idee ten grondslag over waar een staat over moet gaan en waarover democratisch besloten moet worden (en waarover niét).
Over ALLES kan niet. Dat blijkt.
1. Niet rechtstreeks gekozen betekent niet ondemocratisch
Het artikel stelt terecht vast dat Europese burgers niet rechtstreeks op de voorzitter van de Europese Commissie stemmen. Maar daaruit volgt niet dat de Commissie geen democratische legitimatie heeft.
Dat wordt ook niet gesteld in het artikel.
De Commissievoorzitter wordt voorgedragen door de Europese Raad, waarin democratisch verantwoordelijke nationale regeringsleiders zitting hebben. Vervolgens moet het Europees Parlement, dat rechtstreeks door de Europese burgers wordt gekozen, de voorzitter kiezen. Ook het volledige college van commissarissen heeft de instemming van het Parlement nodig.
De Commissie staat dus niet buiten iedere democratische controle.
Dat wordt ook niet gesteld in het artikel.
Zij is onderdeel van een systeem waarin zowel rechtstreeks als indirect gekozen organen een rol spelen.
Bovendien is indirecte legitimatie op zichzelf geen uitzonderlijk of ondemocratisch verschijnsel.
Dat wordt ook niet gesteld in het artikel.
Ook op nationaal niveau worden uitvoerende bestuurders vaak niet rechtstreeks door de bevolking gekozen. Nederlandse kiezers stemmen niet rechtstreeks op ministers en evenmin op het kabinet als geheel.
De relevante vraag is daarom niet of iedere bestuurder rechtstreeks is gekozen, maar of de uitvoerende macht democratisch gelegitimeerd, controleerbaar en uiteindelijk politiek aanspreekbaar is.
Ja, maar de mate van (in)directheid van democratie beïnvloedt democratische legitimering, controleerbaarheid van de besluitvorming en de adressering van politieke verantwoording (aanspreekbaarheid). Hoe indirecter (gelaagder) vormgegeven hoe ondoorzichtiger (complexer) het democratische proces wordt en hoe meer het een 'black box'-achtig karakter krijgt.
Hoe meer "schakelpunten" in besluitvorming hoe meer er georganiseerd moet worden.
Op dat punt valt de EU zeker te bekritiseren. De verantwoordelijkheden zijn ingewikkeld verdeeld en voor burgers vaak moeilijk te doorgronden. Maar dat is iets anders dan het ontbreken van democratische legitimatie.
Zoals hierboven aangegeven
raakt dat aan democratische legitimering en wordt de laatste negatief beïnvloed door ondoorzichtige, complexe besluitvormingsprocedures. Ondoorgrondelijke complexiteit is niet bevordelijk voor democratische legitimering van de besluitvorming.
De bevolking moet enigszins zicht kunnen houden op de verhoudingen tussen de deelnemende bestuurders.
Dat lukt bij de processen in Brussel niet meer.
Een slechts zeer rudimentair te doorgronden besluitvormingsproces is koren op de molen van een (Brusselse) ambtenarenkaste die zo gemakkelijk kan expanderen.
2. Het Europees Parlement is geen tandeloos adviesorgaan
Een tweede belangrijk punt in het artikel is dat de Europese Commissie in de meeste gevallen het formele initiatiefrecht heeft. Dat klopt.
Het Europees Parlement kan niet op dezelfde manier als de Tweede Kamer zelfstandig ieder gewenst wetsvoorstel indienen. Dat is een legitiem democratisch kritiekpunt. Het Parlement zou bijvoorbeeld een sterker initiatiefrecht kunnen krijgen.
Merk op dat je nu zelf de democratische legitimiteit vergelijkt met een besluitvormingsprocedure die in de nationale democratie gebruikelijk is.
En de omschrijving "sterker" initiatiefrecht is misleidend, het gaat om het
toekennen van initiatiefrecht.
Maar het artikel doet vervolgens alsof het Parlement daardoor nauwelijks invloed heeft op de inhoud van Europese wetgeving. Dat is misleidend.
Uit het artikel kan direct geconcludeerd worden dat het EP een bijna marginale rol bij de totstandkoming van wetten speelt. Het EP heeft een
passieve rol, het mag reageren op wetsvoorstellen die het aangereikt krijgt.
Het EP heeft geen
actieve rol omdat het niet geheel uit zichzelf -niét als een reactie op- wetgeving mag voorstellen.
Dat is een democratische tekortkoming die nauwelijks overschat kan worden.
Het betekent dat de rol van de
enige speler in de Europese procedure van wetgeving, die direct gekozen is en die dus een directe democratische verbinding met de bevolking heeft, wordt gemarginaliseerd.
Het toekennen van het initiatiefrecht maakt van het EP een
gelijkwaardige speler inzake wetgeving, wat de
kern van het hele Europese gebeuren is.
Het ontnemen van een dergelijk recht aan een parlement is wat normaliter een element van autocratisch bestuur genoemd wordt.
Bij de gewone wetgevingsprocedure zijn het Europees Parlement en de Raad van de EU gezamenlijk medewetgever. Zij kunnen voorstellen wijzigen, onderhandelen over de tekst en wetgeving blokkeren.
Op de "gezamenlijkheid" van wetgevende macht is wel wat af te dingen wanneer er alleen gezamenlijk gebogen kan worden over wetgeving die niet door het EP geïnitieerd wordt.
Je zou kunnen zeggen dat het EP inspraak heeft in de wetgeving die door andere spelers wordt voorgesteld.
Een voorstel van de Commissie wordt dus niet simpelweg opgelegd aan een parlement dat slechts mag instemmen.
Dat wordt ook niet in het artikel gesteld.
De Commissie heeft in belangrijke mate het initiatiefrecht, maar zij heeft niet het laatste woord over de wetgeving.
"In belangrijke mate" vind ik een misleidende omschrijving.
Om dezelfde reden als waarom ik de omschrijving: een "sterker initiatiefrecht voor het EP" misleidend vind (zie boven).
En
niet het laatste woord hebben over wetgeving betekent altijd: over wetgeving die door de EC wordt voorgelegd.
Dat is een belangrijke beperking, voorwaarde.
Want het betekent ook dat het Brusselse universum van wetgeving alléén door andere spelers dan het EP geïmpulseerd wordt.
Het EP kan in het beste geval alleen de schade die wetgeving aanricht beperken en dus in feite alleen corrigerend optreden.
De EC heeft in een andere zin dus wel degelijk het laatste woord: wetgeving die zij
niet voorlegt dringt simpelweg nooit door in de Brusselse kosmos en wordt daar nooit in opgenomen.
Dat onderscheid is essentieel:
Het initiatiefrecht is niet hetzelfde als het wetgevende eindbesluit.
Wie het eerste benadrukt en het tweede vrijwel weglaat, geeft een vertekend beeld van de institutionele werkelijkheid.
Niet mee eens. Het ontbreken van het initiatiefrecht van het EP is een kanjer van een democratisch tekort en weegt democratisch véél zwaarder dan hoe een wetstekst uiteindelijk geformuleerd wordt.
Dat het EP ook nog kan schaven aan de exakte vormgeving / omschrijving van een aan haar gepresenteerde wet en die wet zelfs kan tegenhouden is op geen enkele wijze op te vatten als een compensatie voor het feit dat ze zelf geen wetgeving mag voorstellen.
Juist het niet onderkennen van het verschil in relevantie van deze twee leidt tot misleiding.
3. De vergelijking met de Sovjet-Unie en franquistisch Spanje is niet serieus onderbouwd
Niet mee eens: op het aspect waarom het gaat wordt het kort en overtuigend onderbouwd.
Het artikel maakt vergelijkingen met het politbureau van de Sovjet-Unie en het parlement van franquistisch Spanje. Dat zijn buitengewoon zware vergelijkingen.
Om zo'n vergelijking overtuigend te maken, zou men moeten aantonen dat de EU wezenlijke kenmerken deelt met dergelijke autoritaire systemen: het ontbreken van vrije verkiezingen, het uitschakelen van oppositie, het ontbreken van onafhankelijke rechtspraak, het ontbreken van machtswisseling en het onderdrukken van fundamentele rechten.
Dat is niet wat het artikel laat zien.
Nee, die hele context hoef je er helemaal niet bij te geven. De vergelijking is geldig op het aspect wat benoemd wordt.
Dat is legitiem.
De EU kent:
[list]
[*]rechtstreeks gekozen Europese parlementsleden;
[*]concurrerende politieke fracties;
[*]georganiseerde oppositie;
[*]vrije verkiezingen;
[*]onafhankelijke rechterlijke instanties;
[*]rechterlijke toetsing;
[*]meerdere bestuursniveaus;
[*]democratische machtswisseling;
[*]mogelijkheden om besluiten juridisch aan te vechten.
[/list]
]Het artikel heeft het niet nodig om dit te laten zien om datgene wat het stelt, namelijk dat in de EU semi-autoritair wetgeving tot stand komt te onderbouwen.
Dat de EU complexer en minder overzichtelijk is dan een nationale democratie, maakt haar niet vergelijkbaar met een eenpartijstaat of een autoritair regime.
Het gaat niet alleen om een grotere complexiteit en onoverzichtelijkheid, die als zodanig al elementen van Sovjetkaliber kunnen krijgen, maar om de gekortwiekte bevoegdheden van het EP.
Dat maakt het vergelijkbaar.
Een institutioneel gebrek is nog geen bewijs van autoritarisme.
Dit specifieke institutionele gebrek echter wèl.
Doordat het zo fundamenteel is voor de bijdrage van de directe volksvertegenwoordiging in het wetgevingsproces.
Denk eraan: democratie is in essentie dat
het volk zichzelf wetten geeft, niét de EC.
De historische vergelijkingen functioneren in het artikel dan ook vooral als retorisch middel. Ze voegen weinig toe aan de feitelijke analyse en suggereren een politieke gelijkwaardigheid die niet wordt aangetoond.
Toon jij eerst maar eens aan dat de vergelijking op het betreffende aspect niet op gaat.
4. Een hoge ontslagdrempel is een kritiekpunt, geen bewijs van dictatuur
En dat wordt ook niet in het artikel gesteld.
Er staat letterlijk:
"Het Europarlement mist echter behalve het initiatiefrecht, ook een
degelijke controlerende functie. Het kan weliswaar een motie van afkeuring uitspreken tegen de Europese Commissie, maar alleen met een 2/3 meerderheid."
Om van het ontbreken van de retorisch door jou gebezigde term "dictatuur" maar te zwijgen.
Het artikel wijst erop dat het Europees Parlement de Europese Commissie slechts met een zware meerderheid tot aftreden kan dwingen. Dat is juist.
De drempel voor een motie van afkeuring is hoog. Daar valt over te discussiëren, zeker vanuit het perspectief van parlementaire verantwoordingsplicht.
Maar ook hier wordt een institutionele keuze onmiddellijk vertaald naar een veel zwaardere conclusie: de Commissie zou daardoor nauwelijks controleerbaar zijn.
Dat volgt niet.
En dat staat er ook niet.
Er staat dat het EP geen degelijke controlerende functie heeft.
Dat de EC daardoor "nauwelijks controleerbaar" zou zijn is jouw eigen invulling.
Degene die hier "een institutionele keuze (
dat staat er echt) onmiddellijk vertaalt naar een veel zwaardere conclusie is alleen jouw persoon.
Het Parlement beschikt over meerdere controlemiddelen:
[list]
[*]het kiest de Commissievoorzitter;
[*]het moet instemmen met het college van commissarissen;
[*]het kan commissarissen tijdens hoorzittingen ondervragen;
[*]het kan parlementaire vragen stellen;
[*]het kan onderzoekscommissies instellen;
[*]het oefent begrotingscontrole uit;
[*]het kan wetgeving blokkeren;
[*]het kan de Commissie uiteindelijk via een motie van afkeuring tot aftreden dwingen.
[/list]
De ontslagprocedure is dus niet het enige controlemechanisme.
Nee, maar dat is de kwestie ook niet. De kwestie is: het controlemechanisme van een hoge ontslagdrempel.
En, guess what? DIE IS ER.
Overigens heb je in je lijst van controlemiddelen van het EP één belangrijk
ontbrekend controlemiddel niet genoemd: het EP kan géén leden voor de EC nomineren (dat is altijd de pest met die lijsten, er staat nooit in wat er ontbreekt).
Een redelijke conclusie zou zijn dat de Commissie minder direct afhankelijk is van een parlementaire meerderheid dan een klassieke nationale regering. Dat is een reëel punt.
Dat is
dezelfde conclusie, maar dan anders geformuleerd.
Formulering is alles, hè.
Maar de conclusie dat dit de EU semi-autoritair maakt, is niet gerechtvaardigd.
Maar draagt wel aan die conclusie bij.
5. Benoeming van rechters door regeringen bewijst geen politieke ondergeschiktheid
Dat wordt ook niet in het artikel gesteld.
Het artikel uit kritiek op het Hof van Justitie van de Europese Unie omdat de rechters door de regeringen van de lidstaten worden benoemd en termijnen van zes jaar hebben.
Ook hier is een legitiem discussiepunt aanwezig. De benoemingsprocedure verdient kritische aandacht. De onafhankelijkheid van rechterlijke instanties is immers van groot belang.
Maar de auteur suggereert dat benoeming door regeringen vrijwel automatisch betekent dat het Hof politiek wordt aangestuurd. Dat is een onbewezen sprong.(..)
Onbewezen sprong? Lijkt mij evident.
Wanneer je bijvoorbeeld naar de leden van het Amerikaanse Supreme Court kijkt dan kunnen de toekomstige uitspraken van rechters in zaken die dit Hof aanneemt (het kan zaken ook niét in behandeling nemen) redelijk goed voorspeld worden - langs politieke lijnen.
Maar omdat politieke onafhankelijkheid van rechters en daardoor de rechterlijke macht mij niet boeit, ga ik de auteur van het artikel niet verdedigen.
Ik heb geen moeite met politieke afhankelijkheid van rechters omdat dit m.i.
altijd het geval is. Het is onvermijdelijk dat je politieke opvattingen de uitleg van willekeurig welke wet die je voor je krijgt bepalen dus laten we eerlijk voor onze politieke positie uit komen.
Ik zet liever in op transparantie van die politieke opvattingen zodat iedereen weet wat hij van een bepaalde rechter kan verwachten.
Wordt vervolgd (jouw overige punten).